Erik O. betrokken bij staatsgeheime operaties

RIJSWIJK - Marinier Erik O. is in het verleden ingezet bij staatsgeheime operaties. Als lid van de BBE, de Bijzondere Bijstandseenheid van het Korps Mariniers, voerde hij antiterreuroperaties uit waarbij met instemming van de regering dodelijk geweld kon worden gebruikt.

Het militaire verleden van Erik O. blijkt uit het onderzoek dat de marechaussee uitvoert sinds op 27 december een Irakees dodelijk gewond raakte door een waarschuwingsschot van de sergeant-majoor. Bronnen rond het onderzoek hebben tegen het ANP bevestigd dat Erik O. betrokken is geweest bij staatsgeheime operaties.

Uitzending tegenhouden

Het NOS-Journaal kwam maandag met de onthullingen over Erik O. Het ministerie van Defensie heeft in een kort geding maandag tevergeefs geprobeerd de uitzending van het Journaal tegen te houden. De voorzieningenrechter in Den Haag gaf echter toestemming voor de uitzending. Wel moest de NOS zich onthouden van het geven van details over het BBE-verleden van Erik O.

Het ministerie van Defensie wil niet reageren op de 'license-to-kill' operaties van speciale eenheden binnen de krijgsmacht. Ook wil de woordvoerder niet ingaan op missies van de Bijzondere Bijstandseenheid van de mariniers. Wel bevestigt het ministerie dat het maandag een kort geding heeft aangespannen tegen het NOS-Journaal.

Nogal nuchter

Uit het militaire verleden van Erik O. blijkt ook dat de marinier, althans in de visie van de marechaussee, "laagdrempelig" is geweest bij de inzet van geweld. Bovendien zou hij zich in zeker één geval "nogal nuchter" hebben uitgelaten over het slachtoffer, aldus onderzoek van de marechaussee.

De conclusies over O.'s militaire verleden zijn opmerkelijk omdat dossiers over staatsgeheime operaties normaal gesproken binnen zes maanden worden vernietigd. O.'s 'laagdrempeligheid' kan dus in het onderzoek alleen naar voren zijn gekomen uit de herinneringen van eerdere marechaussee-onderzoekers, oud-collega's of directe meerdere van de sergeant-majoor.

Strafdossier

G.J. Knoops, advocaat van Erik O., wilde maandag niet ingaan op de publicaties over het militaire verleden van zijn cliënt. Wel benadrukte hij dat voor zover hem bekend over de vermeende 'laagdrempeligheid' van O. niets in diens strafdossier staat.

Bronnen bij Defensie stellen dat wat de marechaussee interpreteert als laagdrempeligheid, even zo goed als "professionaliteit" kan worden gekenschetst. O. is voor zijn acties in het verleden nooit veroordeeld. Wel is hij daarvoor meerdere keren onderscheiden door de minister van Defensie.

Erik O. wordt sinds oudjaarsdag verdacht van het doodschieten van een Irakees op 27 december. Waarschijnlijk als gevolg van een waarschuwingsschot van de marinier, raakte een Irakese plunderaar dodelijk gewond. Volgens getuigenissen van medemariniers was er geen reden voor een waarschuwingsschot.

Tip de redactie