'Kleine verkeersovertredingen harder aanpakken'

AMSTERDAM - De meeste automobilisten denken dat hard rijden toegestaan en ongevaarlijk is. De politie moet een eind maken aan deze informele norm door veel vaker overtreders staande houden en hun wijzen op de gevaren van (kleine) snelheidsovertredingen. Dat schrijft Trouw naar aanleiding van een aanbeveling door een werkgroep cognitieve psychologen van de universiteit Leiden.

In opdracht van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer heeft de groep geprobeerd inzicht te krijgen in onveilig verkeersgedrag. Naast overtredingen gaat het om gevaarlijke fouten, zoals onverantwoord inhalen, gebrekkige aandacht (niet opletten bij stoplichten) en vergissingen (richtingaanwijzer aanzetten in plaats van ruitenwisser).

Uit het onderzoek onder tweeduizend automobilisten blijkt dat veel mensen de maximumsnelheid als richtsnelheid beschouwen, die best een beetje overschreden mag worden. Tot de meest frequent voorkomende gevaarlijke behandelingen behoren: opzettelijk te hard rijden, om de verkeersstroom te volgen, om in te halen, bij stoplichten die net op oranje springen en op rustige wegen.

Er is een verband tussen het rijgedrag van automobilisten en de mate waarbij bij ongevallen betrokken zijn. Mensen die veel gevaarlijke fouten maken, zijn het vaakst bij ongevallen betrokken. Het gaat vooral op jonge, mannelijke chauffeurs. Het opsporen van deze veelplegers verdient prioriteit, aldus de onderzoekers.

Tip de redactie