Ongeveer honderd lichamen in Noord-Korea geborgen

PYONGYANG - Hulpverleners hebben tot dusver ongeveer honderd lichamen geborgen van mensen die zijn omgekomen door de explosie in een treinwagondonderdag in de plaats Ryongchon in Noord-Korea. Dat heeft de Zweedse ambassadeur in Noord-Korea vrijdag tegen de Amerikaanse nieuwszender CNN gezegd.

Kort daarvoor had ambassadeur Paul Beijer met Noord-Koreaanse functionarissen over de ramp gesproken. Beijer zei dat het dodental vermoedelijk nog zal oplopen.

Hij liet weten dat de Noord-Koreaanse autoriteiten expliciet om steun van de internationale gemeenschap hebben gevraagd. Volgens de Zweed verzorgt Pyongyang zaterdagmorgen voor het internationale diplomatieke korps in Noord-Korea een bezoek aan de rampplek.

Volgens het Japanse persbureau Kyodo rept een medewerker van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken van enkele honderden mensen die zijn omgekomen en duizenden gewonden. De woordvoerder baseerde zich op de Britse ambassadeur in Noord-Korea, die de informatie van de Noord-Koreaanse autoriteiten had gekregen.

VN

Masood Hyder van het VN-ontwikkelingsprogramma in Noord-Korea zei dat de autoriteiten ook de Verenigde Naties om hulp hebben gevraagd. Hyder zei dat vooral behoefte is aan voedsel, medicijnen en huisvesting voor de Noord-Koreanen die door de ramp dakloos zijn geworden.

Brendan McDonald van de humaniaire organisatie OCHA zei dat een team van tien tot twintig hulpverleners zaterdag poolshoogte in Ryongchon gaat nemen.

Verschillende landen, waaronder Duitsland en Groot-Brittannië, hebben al hulp aangeboden aan het geïsoleerde Noord-Korea. Hulpverleners van de Europese Unie brengen zaterdag een bezoek aan de rampplek, op uitnodiging van de Noord-Koreaanse regering.

Tip de redactie