Berlusconi voor oprekken stabiliteitspact euro

STRAATSBURG - De Italiaanse premier Berlusconi wil er niet langer aan vasthouden dat het begrotingstekort in de eurolanden maximaal 3 procent van de omvang van de totale nationale economie mag bedragen.

"Die 3 procent is geen absoluut gegeven", aldus de premier woensdag in het Europees Parlement in Straatsburg. "Soms zou een limiet van 4 procent ook mogelijk moeten zijn, bijvoorbeeld in tijden van economische crisis. Op andere momenten, als het economisch beter gaat, zou je misschien een limiet aan het begrotingstekort moeten stellen van 1 procent."

Eerder pleitten Duitsland en Frankrijk al voor een soepeler omgang met het stabiliteitspact voor de euro, dat landen die de eenheidsmunt hebben ingevoerd aan een strakke begrotingsdiscipline moet binden.

Recessie

In 1996 is afgesproken dat het tekort op de begroting van een lidstaat niet hoger mag zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp), de totale omvang van een nationale economie. In het pact is wel een bepaling opgenomen dat een land dat kampt met een zware recessie, waarbij de economie krimpt met ,75 procent of meer, boven de limiet van 3 procent mag uitkomen.

Huidig EU-voorzitter Berlusconi zei echter niet dat een hoger tekort van bijvoorbeeld 4 procent alleen in dat geval zou mogen gelden. Ook Italië kampt met hoge tekorten en schampt de laatste jaren de grens van 3 procent.

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, legde Frankrijk dinsdag nog de verplichting op 6 miljard euro extra te bezuinigen, om vanaf 2005 weer onder de grens van 3 procent uit te komen.

De Franse minister van Financiën Mer heeft al aangegeven zich niets van deze verplichting te zullen aantrekken. Volgens Berlusconi is het stabiliteitspact daardoor nog "geen lege doos". "Maar we moeten misschien minder vast houden aan absolute cijfers."

Tip de redactie