Balkenende spreekt over Irak-onderzoek

DEN HAAG - Er is bij de kabinetsonderhandelingen in 2006 geknokt over de vraag of er wel of niet een onderzoek moest komen naar de manier waarop Nederland in 2003 besloot om de inval in Irak politiek te steunen.

Maar dat heeft niet geleid tot de conclusie dat dit onderzoek er zou moeten komen.

Dat heeft premier Jan Peter Balkenende dinsdag in de Tweede Kamer gezegd naar aanleiding van vragen van de SP, GroenLinks en D66. Volgens de CDA-leider is de suggestie van PvdA-senator Klaas de Vries dat er geen discussie over is gevoerd niet juist.

Eerder spraken PvdA-leider Wouter Bos, de toenmalige ChristenUnie-onderhandelaar Arie Slob en formateur Hans Wijffels die suggestie ook al tegen.

Ingelicht

De Vries zei zaterdag in het radioprogramma Argos dat hij zich baseerde op "mensen die zeer goed ingelicht waren over de kabinetsformatie". Zijn partijleider Wouter Bos ging indertijd de verkiezingen in met de belofte dat dit onderzoek er zou komen als de PvdA aan de macht kwam.

George Bush

De premier ziet geen aanleiding om zich aan te sluiten bij de woorden van de Amerikaanse president George Bush. Deze betreurde vorige week de slechte inlichtingen waarop de Verenigde Staten zich baseerden bij het besluit het land binnen te vallen.

Balkenende erkent dat ook Nederland kampte met een "lacune in de kennis" tussen 2002 en 2003. Maar het wel of niet aanwezig zijn van massavernietigingswapens was voor Nederland niet de reden om de inval te steunen, stelde de premier nog maar eens.

Bewijslast

Voor Nederland telde dat toenmalig president Saddam Hussein VN-resoluties aan zijn laars lapte en weigerde mee te werken aan VN-onderzoek naar die wapens. Hij zette VN-inspecteurs het land uit en er lagen 128 onbeantwoorde vragen. Balkenende: "De bewijslast lag daar en niet hier."

De Eerste Kamer heeft afgelopen voorjaar 64 vragen over de kwestie aan de regering gesteld. Naar verwachting krijgt zij niet deze, maar volgende week antwoord, zo liet een woordvoerder weten.

Tip de redactie