'Fouten met adopties beter bestrijden'
DEN HAAG - Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie moet een pakket maatregelen nemen om te voorkomen dat er problemen ontstaan bij adopties van kinderen uit het buitenland.
Foto: Inertia Stock
Onderdeel daarvan is dat Nederlandse ouders niet langer zelf de adoptie in het buitenland mogen regelen en bemiddelingsbureaus over ruime ervaring moeten beschikken.
Dat heeft een commissie onder leiding van voormalig staatssecretaris Ella Kalsbeek donderdag geadviseerd. Zij heeft in opdracht van Hirsch Ballin gekeken naar adopties uit het buitenland, mede naar aanleiding van recente adoptieschandalen in India.
Toezicht
De minister had in reactie op de schandalen al aangekondigd dat adopties uit het buitenland onder strenger toezicht komen te staan. "We moeten de uiterste zorgvuldigheid betrachten", aldus de bewindsman donderdag.
De commissie-Kalsbeek onderschrijft dat streven. Wereldwijd willen veel meer ouders een buitenlands kind adopteren dan er beschikbaar zijn.
"Dat maakt interlandelijke adoptie gevoelig voor onregelmatigheden, met het gevaar dat de economische wet 'vraag creëert aanbod' leidend wordt."
Contacten
Kalsbeek wil laten verbieden dat ouders zelf contacten in het buitenland leggen om een kind te kunnen opnemen. Adoptieouders kunnen via die weg kinderen uit een land halen terwijl Nederland daar nauwelijks zicht op heeft. Ook zijn de geldstromen moeilijk te controleren.
Adopties zouden vanuit Nederland ook altijd bemiddeld moeten worden door professionele bureaus, die jaarlijks minimaal dertig adopties uit het buitenland regelen. Deze bureaus moeten ondersteund worden met een structurele subsidie.
Momenteel hoeft een erkende bemiddelingsorganisatie slechts één adoptie in de twee jaar te doen om haar vergunning te behouden. Dat levert onvoldoende kennis op en het risico dat zo'n bemiddelingsbureau een individuele adoptie doordrukt om te kunnen overleven, aldus Kalsbeek.
Maximumleeftijd
De commissie vindt verder dat de maximumleeftijd waarop buitenlandse kinderen geadopteerd kunnen worden, omhoog mag van zes naar acht jaar. De leeftijdsgrens kan omhoog omdat oudere kinderen vaak moeilijk een nieuw gezin kunnen vinden in hun eigen land.
Kalsbeek houdt wel vast aan het uitgangspunt dat het leeftijdsverschil tussen adoptiekinderen en hun nieuwe ouders maximaal 40 jaar bedraagt. Dat betekent dat Nederlanders tot uiterlijk hun 48e jaar een kind uit het buitenland kunnen halen. Dat geldt ook voor de partners van mensen die voor éénouderadoptie kiezen.
Uitzondering
Een uitzondering geldt als na die leeftijd blijkt dat mensen nog een biologisch broertje of zusje van hun eerste adoptiekind in huis kunnen halen.
Hirsch Ballin sprak donderdag van "een belangrijk werk, waar wie iets mee moeten en kunnen".

Startpagina