VN Veiligheidsraad akkoord met vredesmacht Congo

NEW YORK - De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft vrijdag ingestemd met het sturen van een internationale vredesmacht naar de Democratische Republiek Congo. De VN-macht zal uit ongeveer 1400 militairen bestaan, van wie de helft Fransen. Frankrijk had aangeboden de leiding van de troepenmacht op zich te nemen. De verwachting is dat ook Zuid-Afrika, België, Nigeria, Zweden, Duitsland en Groot-Brittannië militairen voor de missie leveren. De Verenigde Staten sturen geen troepen, maar verlenen wel logistieke steun.

De leden van de vredesmissie worden gelegerd in Bunia, de hoofdstad van de noordoostelijke provincie Ituri. De zwaar bewapende VN-militairen vertrekken volgende week. Ze moeten onder meer het vliegveld van Bunia en vluchtelingenkampen in Ituri beschermen. De VN-militairen hebben een mandaat tot 1 september.

Geen mandaat

In Ituri richten strijders van de Hema- en de Lendu-stam slachtingen aan in Bunia en in elkaars dorpen. De afgelopen weken vielen daarbij alleen al in Bunia honderden doden. Tienduizenden inwoners van het gebied zijn op de vlucht geslagen. In Congo is wel een VN-missie, Monuc, maar de militairen daarvan zijn slechts waarnemers. Ze zijn niet bewapend en hebben geen mandaat om effectief op te treden.

Ook in het grensgebied tussen Congo en Zambia is het onrustig. Gewapende strijders van de Congolese Mai Mai stam vielen afgelopen week dorpen in Zambia aan, aldus de Zambiaanse autoriteiten. Een Zambiaanse regeringsfunctionaris zei vrijdag dat de Mai Mai terug naar Congo zijn verdreven. Hij stelde dat bij de gevechten vijf Congolese strijders zijn gedood.

'Amsterdamse bedrijf handelde met rebellen Congo'

Opgedoken documenten zouden bewijzen dat het Amsterdamse bedrijf Chemie Pharmacie Holland (CPH) rebellen in Congo financiert. Het bedrijf deed dat door handel met de rebellenbeweging RCD in het Afrikaanse land, meldde vrijdag het actualiteitenprogramma TweeVandaag die douanepapieren en licenties in handen kreeg.

Chemie Pharmacie Holland sloot in 2001 een overeenkomst met de rebellenbeweging RCD om het metaal coltan, een belangrijke grondstof voor de productie van mobiele telefoons, te kunnen delven. Met het geld kochten de rebellen wapens. Het Amsterdamse bedrijf zou honderdduizenden euro's hebben betaald.

Niet bij betrokken

Vorig jaar beschuldigde onderzoekscentrum IPIS (International Peace Information Service) het bedrijf ook van het meefinancieren van de oorlog in het Afrikaanse land. De ministeries van Economische Zaken en Buitenlandse Zaken concludeerden vervolgens dat CPH daar niet bij was betrokken.

Het Tweede-Kamerlid Koenders van de PvdA wil dat de overheid een onderzoek instelt naar Chemie Pharmacie. Hij zei vrijdag in het actualiteitenprogramma dat eerdere Kamervragen tot weinig consequenties hebben geleid.

Directeur D. Sanders wilde niet voor de camera van TweeVandaag verschijnen. Wel liet hij het programma telefonisch weten dat hij de beschuldiging van de hand wijst.

Tip de redactie