Inspectie onderzoekt intensive care

DEN HAAG - De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) gaat bekijken of vijf ziekenhuizen die geen afdeling voor intensive care (ic) hebben, wel goed omgaan met patiënten die deze zorg nodig hebben. Dat heeft minister Ab Klink (Volksgezondheid) geschreven aan de Tweede Kamer.

De Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) had in het tv-programma NOVA aan de bel getrokken over kleine ziekenhuizen die patiënten niet snel genoeg doorsturen naar ziekenhuizen die wel gespecialiseerde ic-zorg hebben. Naast de vijf ziekenhuizen die geen ic-afdeling hebben, neemt de inspectie ook nog vijftig ziekenhuizen onder de loep die slechts een basis-ic hebben.

Verbetering

In 2005 bleek al dat de zorg op ic-afdelingen van veel ziekenhuizen voor verbetering vatbaar was. In 2006 werd als richtlijn voor de afdelingen vastgelegd dat een patiënt in een klein ziekenhuis, na drie dagen behandeling op een ic, moest worden overgebracht naar een ic van een groter ziekenhuis met betere behandelingsmogelijkheden.

Ook moet er tijdens kantooruren op elke ic-afdeling een gespecialiseerde arts aanwezig zijn.

Richtlijnen

Dat er door het onvoldoende naleven van deze richtlijnen jaarlijks 250 vermijdbare doden zouden vallen in ziekenhuizen met de eenvoudigste ic-afdeling, kan Klink niet bevestigen. Hij wijst erop dat de cijfers grotendeels een omrekening betreffen van Amerikaanse gegevens naar de situatie in Nederland.

Tip de redactie