'Studiehuis heeft geen kans gekregen'

DEN HAAG - De nieuwe vorm van onderwijs die beter rekening hield met verschillen tussen leerlingen en hen zelfstandiger probeerde te maken, is mislukt door fouten bij de invoering.

Dat hebben de geestelijk moeders van dit zogeheten studiehuis donderdag gezegd tegen de parlementaire onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen.

Volgens Clan Visser 't Hooft en Nel Ginjaar-Maas van de toenmalige stuurgroep profielen voortgezet onderwijs heeft de overheid te weinig geld uitgetrokken voor de invoering van het studiehuis in 1999.

Cursussen

Bovendien hebben leraren, die vooral gewend waren om klassikaal lesstof te dicteren, nauwelijks cursussen gekregen hoe zij zelfstandig werkende scholieren moesten begeleiden.

Docenten wisten daarom niet goed hoe zij met de nieuwe lesmethode moesten omgaan. Hun weerstand tegen de vernieuwing werd nog eens aangewakkerd door kranten, die volgens Visser 't Hooft en VVD'er Ginjaar-Maas bleven volhouden dat het studiehuis verplicht was voor scholen.

Verdrietig

Ginjaar-Maas, zelf oud-staatssecretaris op Onderwijs, vindt het nog steeds "verdrietig" dat de eerste stappen naar zelfstandigheid die kinderen al op de basisschool zetten, niet worden doorgezet in de eerste klassen van het voortgezet onderwijs.

Tegelijkertijd met het doodgeboren studiehuis werd de zogeheten tweede fase in het voortgezet onderwijs ingevoerd. Deze vernieuwing, waarin de vrije vakkenkeuze plaatsmaakte voor vier vastgelegde vakkenpakketten, is wel tot de dag van vandaag verplicht. Toch verliep ook de invoering daarvan niet over rolletjes, stellen Visser 't Hooft en Ginjaar-Maas.

Zo was er te weinig geld en tijd gereserveerd voor de invoering. Visser 't Hooft en Ginjaar-Maas adviseerden een invoeringstermijn van zeven tot tien jaar in plaats van de twee jaar die ervoor is uitgetrokken. "Netelenbos heeft dat advies naast zich neergelegd", aldus Ginjaar-Maas. De twee vrouwen vinden het verder vreemd waarom hun stuurgroep voortijdig werd opgedoekt.

Waarschuwen

Een breed gehoorde kritiek uit de begindagen van de tweede fase was dat de methode te zwaar was voor leerlingen. Volgens Leon Henkens, ex-directeur voortgezet onderwijs van het ministerie van Onderwijs, hadden zijn ambtenaren daar al veelvuldig voor gewaarschuwd. Ginjaar-Maas en Visser 't Hoofd stellen echter dat zij in een vroeg stadium daarvoor waarschuwden.

Tip de redactie