Kamer wil opheldering over brand Catshuis

DEN HAAG - Een meerderheid van D66, SP, PvdA en VVD in de Tweede Kamer eist opheldering over de vermeende rol van de overheid bij de brand in het Catshuis, de ambtswoning van premier Jan Peter Balkenende.

Bij die brand in mei 2004 kwam een schilder om het leven, toen de thinner waarmee hij werkte explodeerde en vlam vatte. Ambtenaren van de Rijksgebouwendienst (RGD) en het ministerie van Algemene Zaken zouden wel degelijk weet hebben gehad van het gebruik van dit verboden oplosmiddel. Daarmee zouden ze medeverantwoordelijk zijn voor de brand.

Klokkenluider

RTL Nieuws meldde woensdag over nieuwe aanwijzingen daarvoor te beschikken. Een klokkenluider heeft bij een notaris een verklaring afgelegd die erop neerkomt dat de top van de RGD en Algemene Zaken, het ministerie van Balkenende, hebben ingegrepen en voorkomen dat de overheid zich bij de rechter moest verantwoorden.

RGD

De Rijksgebouwendienst herkent zich niet in dit beeld, liet een woordvoerster weten. De dienst heeft naar haar zeggen destijds opdracht gegeven om een waslaag van een vloer in het Catshuis te verwijderen, maar niet om thinner te gebruiken. Van de door RTL toegedichte doofpotpraktijken distantieert de RGD zich verder. "We hebben openheid betracht."

Tip de redactie