Verdonk en Donner niet vervolgd voor Schipholbrand

AMSTERDAM - De Hoge Raad geeft geen opdracht de oud-ministers Piet Hein Donner (Justitie) en Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken) te vervolgen voor de Schipholbrand.

Vrijdag oordeelde de Hoge Raad dat de opdracht voor vervolging alleen kan worden gegeven door de regering of de Tweede Kamer.

Bij de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost in 2005 kwamen elf mensen om. Een 24-jarige Libiër is veroordeeld tot drie jaar cel omdat hij een peuk had weggeschoten in zijn cel en daarmee de brand zou hebben veroorzaakt.

Burgers

Advocaat Nico Steijnen had namens dertig burgers een verzoek ingediend bij het Openbaar Ministerie in Den Haag om Donner en Verdonk vervolgd te krijgen. Hij vindt dat de oud-bewindslieden het antifolterverdrag hebben geschonden door de gedetineerden op te sluiten in een cel waaruit zij niet konden vluchten bij brand.

Volgens hem is sprake van een 'wrede en onmenselijke behandeling', wat heeft geleid tot dood en zwaar lichamelijk letsel bij enkele gedetineerden.

Beroep

Het OM oordeelde eerder dat bewindslieden niet zonder meer kunnen worden vervolgd. Hiertegen werd beroep aangetekend. Het gerechtshof verwees de zaak vervolgens door naar de Hoge Raad.

Advocaat Steijnen is teleurgesteld met de uitspraak. Volgens hem heeft de Hoge Raad alleen uit zijn aanklacht de termen 'dood en letsel' gehaald en geconstateerd dat dit onder het nationaal recht valt. Dat houdt in dat bewindslieden bepaalde immuniteit genieten. In zijn aanklacht spreekt Steijnen echter over het antifolterverdrag. De Hoge Raad heeft helemaal niet gerept over dit verdrag, dat volgens Steijnen boven de Nederlandse wet staat.

Daarom dient hij de zaak opnieuw in bij het OM zonder de termen 'dood en letsel' om het OM te dwingen naar het antifolterverdrag te kijken.

Tip de redactie