Column van Aegon

Wie dan leeft, heeft dan zorg

Dit weekend eindigde de Ronde van Italië, een koers voor de beste wielerprofs ter wereld. Een week eerder finishte een groep jonge renners in Olympia’s Tour, een Nederlandse etappewedstrijd voor talenten in de dop. Velen van deze beloften hopen in de toekomst aan de Giro d’Italia deel te nemen en hun boterham te verdienen in de wielersport. Door John den Braber.

Een handje vol van deze dromers lukt dit en slechts een enkeling fiets zichzelf daarbij in een paar jaar naar financiële onafhankelijkheid. Keihard realisme dat je op die leeftijd natuurlijk helemaal niet wilt horen. Ook ik was vroeger zo’n renner die ervan uitging dat hij later door de wielersport ‘goed gevuld’ in een villa langs de Rottemeren zou wonen. Ik maakte me in die jaren dan ook totaal geen zorgen over mijn financiële toekomst. ‘Dat komt vanzelf wel’, hoor ik me nog zeggen tegen mensen die vroegen of ‘ik er wel van kon leven’.

Welke gezonde knul van begin twintig maakt zich immers zorgen over de tijd dat hij deze leeftijd heeft verdubbeld, of zelfs verdrievoudigd? Ik dus ook niet. Het wielrennen ging mij een rijk man maken en geldzorgen zouden voor gewone stervelingen weggelegd zijn. Het liep uiteraard anders. Echt veel centen verdiende ik nooit en op mijn 32e gooide ik de handdoek al in de ring. Een sportieve carrière achterlatend en een schimmige toekomst betredend. Wat nu?

Door grondige navraag bij de overheid kwam ik erachter dat vervroegd pensioen er op deze leeftijd helaas nog niet inzat en dat ik dus echt een nieuwe lotsbestemming moest uitzoeken. Het werd uiteindelijk journalistiek schrijven. Ik ben nu kleine zelfstandige, of zoals het zo plastisch heet: ZZP’er, en moet dus zelf zorgen voor een gedegen bodempje in mijn 65-plus voorraadkast. Uit recent onderzoek blijkt dat ik niet de enige ben die denkt dat het ‘wel niet zo’n vaart zal lopen’.

Veel meer jongeren hebben geen flauw benul hoeveel geld zij uiteindelijk maandelijks op hun bankrekening krijgen gestort als ze met pensioen gaan en wat zij daar uiteindelijk van overhouden om als bejaarde een bakje koffie te bestellen op het terras. Het deed me schrikken, maar nog voor het zweet uit mijn poriën spatte, viel mijn oog op een artikel in een landelijk dagblad.

Langer doorwerken is volgens het dagblad dé nieuwe trend, wat mij de nodige nieuwe perspectieven biedt. Want dan lijkt mijn keuze voor pen en papier uiteindelijk helemaal niet zo beroerd. Schrijven kun je immers tot je letterlijk niet meer kunt bewegen, waardoor je automatisch meer pensioen opbouwt. Het spreekwoord ‘wie dan leeft, heeft dan zorg’ heb ik vaak in mijn ouderlijk huis horen vallen. Gedeeltelijk is dat natuurlijk waar. Maar deze tweede maatschappelijke carrière heeft me wel aan het denken gezet. Pensioen is voor mij absoluut nog vage toekomstmuziek. Maar wie onvoorbereid aan de start van een koers of bij een interview verschijnt, komt nooit met een leuk verhaal thuis. En dat is dus ook in het ‘echte’ leven het geval.
 

 

Tip de redactie